CORINPHILA veilingen

Veldpostbrief uit Waterloo - 1815

Geschreven aan de vooravond van de slag

Tekst Hugo Brieffies 

 Dit artikel is gepubliceerd in Vind Magazine uitgave 38 (voorjaar 2020)
 Klik hier voor de originele versie (PDF)


Veldpostbrief van Otto van Limburg Stirum aan zijn vader Leopold (15 juni 1815).

Na slechts tien maanden ballingschap op Elba grijpt Napoleon in 1815 opnieuw de macht in Parijs. Het is een kwestie van weken voordat hij aanstuurt op een veldslag. Otto van Limburg Stirum - majooradjudant van Willem I - bericht vanuit het geallieerde kampement het thuisfront. Deze brief is een filatelistische rariteit door het zeldzame stempel en inhoudelijk gezien een prachtig historisch document: het schetst hoe Napoleons campagne een grote vlucht nam.

De val van Parijs in maart 1814 markeert het einde van de wellusteling Napoleon Bonaparte die vijftien jaar lang als ‘eerste consul’ en vanaf 1805 als keizer heel Europa overhoop gegooid heeft. Hij laat het continent en zijn Frankrijk berooid achter wanneer hij op 20 april 1814 zijn tijdelijke onderkomen Fontainebleau verlaat met als bestemming Elba. In deze ‘gouden kooi’ maakt Napoleon zich over de kleinste zaken druk. Deze misleidende ijverigheid doet de geallieerden vermoeden dat de omhooggevallen generaal zich in zijn lot heeft berust. Als rentmeester houdt hij namelijk stevig huis op het eilandje: zo laat hij nieuwe wegen aanleggen en regelt de verkoop van een beschuitfabriek. De ontreddering is daardoor des te groter wanneer op 10 maart 1815 een korte onheilstijding Wenen bereikt: ‘Hij is in Frankrijk.’

Napoleonkoorts
Napoleon had op 26 februari Elba verlaten en ging op 1 maart in Frankrijk aan wal. Met een schamele twaalfhonderd troepen zet hij koers op Parijs. Of deze waaghalzerij succesvol zal uitpakken? Het blijft een grote gok.
Het afgelopen jaar had de kreupele broer van de in 1792 onthoofde Lodewijk XVI de plaats van Napoleon ingenomen. Als compromiskoning Lodewijk XVIII had de opportunistische diplomaat Talleyrand deze Bourbon op de troon gezet. Na de dictatuur van Napoleon die de Franse jeugd had laten doodvriezen op de Oost-Europese steppes, heeft het volk een grote behoefte aan een vooruitstrevend bewind.
Men zit echter niet te wachten op een oude papzak die gebukt gaat onder jicht en reuma. Hetzelfde jaar al steekt de Napoleonkoorts weer de kop op. Dezelfde mensen die le Petit Caporal een jaar geleden nog hebben beschimpt en bespuwd, roepen nu heimelijk weer Vive l’Empereur!
Een ongekende opmars volgt. In maart 1815 schaart het volk en menig generaal zich weer aan Napoleons zijde onder één voorwaarde: geen onmogelijke campagnes meer, geen doden meer! De troepen die Lodewijk XVIII op de durfal afstuurt, komen als boemerang terug. De Britse generaal Wellington verklaart die maand op het congres van Wenen dat ‘Napoleon rijp is voor het gesticht’. De Britten en Oostenrijkers kunnen niet geloven dat de ex-tiran op 20 maart weer in de Tuilerieën te Parijs slaapt.
Lodewijk XVIII is halsoverkop gevlucht en na veel wikken en wegen zoeken hij en zijn regering uiteindelijk toevlucht in Gent. Napoleon heeft gegokt en gewonnen. De winst is echter van korte duur.
 

Otto lijkt toch pessimistischer over de naderende slag

De periode tussen 20 maart en begin juli 1815 staat bekend als de Honderd Dagen. Gedurende die korte tijd probeert Napoleon orde op zaken te stellen en zijn invloed weer te doen gelden. Het volk wil hem alleen steunen als een ‘Robespierre te paard’ die het juk van de kerk en adel definitief te gronde richt en bovendien de idealen van de Revolutie herstelt.
Een onmogelijk taak voor een keizer. Hij moet niets van het gepeupel hebben. Hij accepteert bovendien geen enkel vredesvoorstel van de Zevende Coalitie. Op 11 juni spoedt hij zich aan het hoofd van een omvangrijke troepenmacht naar het noorden. In de vroege uurtjes van 15 juni is de teerling geworpen. Zijn troepen steken de grensrivier de Sambre over die Frankrijk sinds eind 1813 scheidt van de Nederlanden. Waterloo roept.

Anoniem ‘Portret van luitenant-kolonel O.J.H. graaf van Limburg Stirum (1789-1851), 
buitengewoon adjudant van de koning’ (1843-1851). Collectie Nationaal Militair Museum.

Veldpost
Met deze voorgeschiedenis in het achterhoofd schrijft Otto van Limburg Stirum (1789-1811) een brief in (gebrekkig) Frans aan zijn vader op diezelfde 15 juni. Als persoonlijk majooradjudant van de Prins van Oranje bericht hij vanuit het kampement over de situatie aldaar.
Zijn vader Leopold is inmiddels uitgegroeid tot een van de machtigste figuren in het nieuwe Nederland, aangezien hij deel uitmaakte van het driemanschap dat Willem I op de vacante troon installeerde na de Omwenteling eind 1813. Aan de persoonlijke bond tussen Leopold van Limburg Stirum en Willem I heeft zoon Otto waarschijnlijk zijn adjudanttitel te danken.
Deze brief staat als filatelistische rariteit te boek door het bijzonder zeldzame cursiefgedrukte stempel Genaal = Postkantoor te Velde dat op de voorzijde prijkt. Slechts vier afdrukken zijn ons bekend. Buiten het filatelistische aspect van deze brief verschaft de inhoud ervan ons een bijzonder inkijkje in het geallieerde legerkamp aan de vooravond van Waterloo. Otto meldt dat Napoleon, Jérôme en Murat op het moment van schrijven bij Fontaine-l’Évêque vlak bij Charleroi bivakkeren. De Prins van Oranje, Wellington en de fine fleur van het Britse leger wonen die avond echter een bal bij in Brussel waardoor het leger zonder generaals zit. Desalniettemin schat Otto in dat Le Prince zo snel mogelijk zou terugkeren, mocht de situatie snel uit de hand lopen. Ook loopt Otto al op de zaken vooruit door alvast te bedenken wie de Franse troepen te lijf moeten gaan: het Nederlandse detachement of toch liever de Britten onder generaal Hill? Voorts drukt hij zijn vader op het hart vooral niet te vertellen dat deze informatie van hem komt, want le Prince serait furieux.
Voordat hij de brief aan zijn boodschapper meegeeft, schrijft Otto die avond nog een postscriptum. Hij lijkt bij nader inzien toch iets pessimistischer over de naderende slag. De Prins is nog in geen velden of wegen te bekennen en een Franse krant bericht over de gunstige opmars van Napoleons Armée. Otto sluit zijn brief emotioneel af door te stellen dat ze elkaar waarschijnlijk voor langere tijd niet zullen zien.

Laatste slag
Otto’s relaas verschaft ons een bondige, maar unieke kijk op de situatie in het Nederlandse legerkamp op 15 juni. In een paar zinnen wordt geschetst hoe Napoleon plotseling opdoemt en de campagne een grote vlucht neemt. Daags na het schrijven van de brief vindt de slag bij Quatre-Bras plaats. De jonge Otto wordt in het strijdgewoel door de Franse troepen aangezien voor de eveneens jonge prins. ‘Tuons-le, c’est le Prince!’ zouden ze naar verluidt gezegd hebben. Otto wordt die avond zwaargewond op het slagveld teruggevonden, maar herstelt van zijn verwondingen.
Op 18 juni vindt te Waterloo Napoleons laatste slag plaats. Afgemat en ziekelijk speurt de keizer het terrein af. De regen en zompige conditie van het slagveld belemmeren zijn kanonnen. Uiteindelijk stuurt een tekort aan voetvolk Napoleons hernieuwende keizerrijk versneld de afgrond in. Zijn trouwe maarschalk Ney voert nog een verrassende cavaleriecharge uit, maar het mag niet baten. Exit Napoleon. 


Carl von Steuben ‘De terugkeer van Napoleon van het eiland Elba’ (1818).
Foto akg-images. Particuliere collectie.